Dag <vorig  verder>
's Morgens word ik wakker van het licht
Dat van over de oceaan komt.
Het licht wast mij, kleedt mij aan,
Geeft mij een duw in de rug en zwijgt
Over de duizenden die onderweg
Stierven en werden geboren.

Maar 's middags moet ik even gaan zitten
Van alle levens die ik heb gezien.
Vreemd hoe oud een mens wordt
In een paar uren.


En 's avonds weet ik dat ik achter blijf
Dat alles verder trekt.
Ik ga nog even buiten
En probeer zo stil te worden
Dat dit sterven mijn gezicht krijgt
Mijn vingers en mijn naam.