Zwijgen <vorig  verder>
Zwijgen als de wolken die verglijden
Zwijgen als de deur in het slot
Zoals de vogels zich verspreiden
Zoals de pijn in het bot


Zich keren op zijn andere zijde
Als de nacht te zwart is en te dicht
Zwijgen als de adem je komt halen
Je optilt, opgooit, licht in licht


En zwijgen als je hand me wil bewaren
Als water smaakt en schittert in het glas
Om als een kind het leven aan te staren
Die grote arm die warm houdt in zijn jas