Vanavond, terwijl de regen
Zong met de wind,
Een grijsheid
Die nog alles had van blauw
En zo doorzichtig leek
Als het vreemdste glas,
Dacht ik aan hoe het is
Vorm te zijn en oud
Aan wegen in het land
Aan kleuren in een kei
Aan de oude gebaren
Die de steden bouwden
Aan de kikker in de sloot
De echo in zijn kwaken
Aan de wiskunde van bladeren
Als de zon ze van onderen geel kleurt
Hun schildpadrug
Die vulkanen heeft gezien
Hun geloof in de wederkeer
Van al het geschapene
Aan nieuwgeborenen die op elkaar lijken
Aan de gedachten in vingers
Aan wie deze woorden vonden
En bleven luisteren
Aan wie de huid dronken maakt
En dromerig en verloren
Die de vormen schiep
Schiep de randen
Die de randen schiep
Schiep het heimwee
|