Geluid is de buitenkant van bloed.
Elk geluid heeft ooit bestaan.
Ik hoor de echo van alle geluiden.
's Morgens dalen de vogels in de oren van mijn kamer
Zachtmoedige oren die als ongeborenen luisteren.
De herinnering is trouw als hartslag.
's Middags praten de deuren. Ze vertellen
Verhalen die iedereen kent, dezelfde verhalen
Als toen de voorouders hier kwamen wonen.
's Avonds rijden de bussen vol licht
En klanken, alle geluiden stappen in
En verlaten de stad, op weg naar huis.
Langs de weg staat het volk van de huizen
En het volk van de aarde.
De wind groeit en krijgt takken.
Mijn kleren ritselen.
Mijn stem, zo lang dichtgevouwen, zwelt
In een regen van woorden.
|