Pop <vorig  verder>
Als het raam stikt in de avond
Wordt mijn lichaam bang.

Het bed heeft geen aarde meer.

Zoals mijn armen dun worden

Zal iemand me ooit hebben gezien?
Zal iemand, God van de kleur,


God van al wat scheef ligt,
Prentenknippende God voor wie de mens

Niet meer is dan een omtrek, dunne vorm,

Zal iemand, zal iemand,

Ik was ooit diep, ik had een rug
Ik gaf warmte van lendenen


Aan wie mij liefhad, mij niet verliet,
Zal iemand mij aankleden en rechtzetten


Pop met een mond,
Zal iemand mij zoeken


Alsof hij mij vond.