![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Naar Londen, met Lieve, en de kinderen. Hoe moet dat nu, als kinderen geen kinderen meer zijn, terwijl ze toch voor altijd onze kinderen zullen blijven? Moeten zij nu vooroplopen en iets overnemen? Moeten we ons nu oud voelen? Ik zie wel dat ze dat jonge beeld van ons willen vasthouden, en schrikken als iets in dat lichaam van ons hapert, of als we teveel grijze trekken krijgen, en weer blij zijn als de kracht ons doorstroomt van jonge hond. Het leven moet voor hen jong blijven. Niet de valse jong-zijn-aanbidding van vandaag, die oude mensen rijp maakt voor de eindoplossing. Die heilige jongheid irriteert hen ook. Ze zijn niet tegen oud worden, als het maar gebeurt met een jong hoofd. Hoe het nu verder moet? Zij weten het niet, wij niet, de jaren zullen het ons zeggen. Lange jaren. Zoals wij nieuwsgierig keken hoe zij opgroeiden, twintig jaar lang, zo zullen zij nieuwsgierig kijken hoe wij ouder worden, even lang en langer. Maar in Londen regende het, en dan weer scheen de zon, en de storm wachtte tot het donker werd om over de stad te razen. Hyde Park was eindeloos in het lange voormiddaglicht. Eekhoorntjes hupten tussen de mensen, een soort eigenzinnig golven was dat, en bij het toilet van de zwanen vlogen donspluisjes even in de lucht, wit op wit. Allerlei joggers zagen we, van Aziatische huismoedertjes tot pezige meneren die veldslagen hadden gewonnen. Sommigen leken hun laatste stap te zetten, stonden net niet stil. Het leek me dat je dan evengoed te voet kunt gaan. En wat zagen we nog? Drie speakers op een stoeltje, en wat ze verkondigden was eigenlijk niet zo duidelijk. En de geweldige toren van het Tate Modern. En een meisje in de metro, dat zich liet verleiden door een neger met reusachtige stem, die tussen de drommen een liefdeslied zong, gitaar spelend met een helderheid die we nog niet eerder hoorden. Iedere klank zo duidelijk afgerond en zichzelf. Zoals zij haar hoofdje tegen de wand liet rusten en naar hem glimlachte, en melancholisch werd tot in haar vingers, zo straalde hij een totale vrijheid uit, een onaanraakbaarheid die boven alles stond, teder en spottend tegelijk. Het was een Spaans lied dat hij zong, en toen hij ophield zei iemand "adios", en hij verstond het eerst niet, en lachte dan luid, een lach even klaterend als zijn spel was geweest. En de trein raasde binnen, met tocht rond en voor hem, en het melancholische meisje stapte in, de neger begon een nieuw lied, en we zouden elkaar nooit meer terugzien. Zo gaat dat dus, de dingen gebeuren en dat is het belangrijkste. Ze gebeuren en ongezien lijkt het wel of ze niet zijn gebeurd. In Walden, de beroemde klassieker uit de 19e eeuw, zegt Henri David Thoreau hetzelfde. In zijn hoofdstuk Sounds schrijft hij dat niets het haalt "compared with the discipline of looking always at what is to be seen". "Will you be a reader, a student merely, or a seer?" vraagt hij zich af. "Read your fate, see what is before you, and walk on into futurity." Zo gaat dat dus, een adres herkennen dat ooit de titel was van een film, 84, Charing Cross Road, binnenstappen in de lucht van oud papier die even een stap opzij zet en dan weer naast je komt staan, en een boek vinden dat geschreven is door een soulmate van je. Hij is jaren dood, Thoreau, maar zijn hoofd is jong gebleven. |
||
![]() |
![]() |