![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Melkglas voor de hemel, waardoor ik voor het eerst dit jaar een beetje naar de zon kan kijken. Een klein vogeltje vliegt er op en neer dansend naar toe, en keert dan langs dezelfde weg terug, alsof het maar om te lachen was. Even uitproberen dat je nog leeft. Even het lichaampje zijn zin geven. Misschien even uitproberen of alles er nog is. Zoals ik voor het raam ga staan en rondkijk en mezelf overtuig dat ik niet alleen op de wereld ben. Mijn ogen moeten op tijd vollopen. Wie weet gaat het nog dieper en is het de aanraking, van kleur, van beweging, van warmte, die over mijn gezicht moet gaan. Een kind dat zijn hoofd in het lichaam van zijn moeder duwt. Zoals de poes wil weten waar we zijn, om dan bij ons te komen zitten en naar ons te kijken. Wat weten we van dieren en van vogels. Ik las een interview met een blinde boer en zijn vrouw. De koeien waren voorzichtiger met hem dan met mij, zei zijn vrouw. En, zei ze, als hij in de stallen riep en ik hoorde het niet, dan nam het paard het over en hinnikte, zodat ik wist dat hij mij nodig had. Ik zag Oliver Sachs, de neuroloog, op televisie praten, wandelen met een man die aan de ticziekte lijdt, het syndroom van Tourette. Constant draaien, keren, aanraken, onverhoeds bewegen, als een trekkepop die door een dronken hand wordt bediend. Dezelfde onverwachte zenuwen die je ook wel in dieren, in paarden bvb, kunt aantreffen. En wat bleek: toen de man paardreed, zag je hoe rustig ze allebei waren, een beweging bijna vloeibaar. Toen stapte de man af en wreef het paard zijn kop over zijn rug, dezelfde ticdwang, leek het wel, als van zijn berijder. Wat weten we van dieren? Ik zie de vogels door het luchtruim gaan en weet van hen niets. Er zijn er die met trage vleugels rechtdoor vliegen, beeld in, beeld uit, als hadden ze een doel dat niet bij de deur ligt. En de kleintjes blijven maar verrassen, ontploffinkjes die luchtruim achterlaten op de takken waar ze net voordien nog waren. De mensen in de straten bewegen op hun manier dichtbij en veraf. Ik kijk en vraag mij af welke verhalen hier tussen de huizen meegedragen worden. Er is in ons een nieuwsgierigheid naar andere mensen die raakt aan willen weten, willen begrijpen, maar ook aan willen liefhebben. Er is soms niet veel voor nodig: als je intens zit te kijken, en plots wordt langer dan nodig teruggekeken, dan heb je een aanraking waar je niet zo vlug van af geraakt, als je dat al zou willen. Wie is zij die haar gezicht zo dicht bij het jouwe heeft gebracht? Waarom is zij blijven haperen bij jou? Zo beginnen grote verhalen. Hoe mensen elkaar ontmoeten, elkaar tegenkomen, het blijft een mysterie. Zoveel verhalen, zoveel lijnen die elkaar wel of nooit zullen snijden, en je hebt er niets aan te zeggen. Zo'n dag schudt alles op in het licht en kijkt dan hoe het langzaam daalt, botsend of niet. Daarom wil ik 's morgens voor het raam staan en kijken in welke dag het is dat ik mijn ogen opsla, om te zien hoeveel meer er in leven is, om er bij te zijn als er teruggekeken wordt. |
||
![]() |
![]() |