3. Gezichten <vorig  verder>

Gezichten. In de straten, in de winkels, in mijn hoofd. Soms maak ik er een foto van.

Binnen in mijn hoofd heb ik een kamertje waar ik ze in alle rust kan bekijken, mijn foto's. Helder zijn ze, al zijn het altijd dezelfde die ik in mijn handen hou, ik weet niet waarom.

Dezelfde gezichten.

Geliefkoosde gezichten.

Maar als ik iemand tegen het lijf loop die ik al heel lang niet meer gezien heb, weet ik dat hij een van mijn foto's is. Zo vlug gaat dat.

Soms hebben gezichten iets dat ik zou willen aanraken. Geen uiterlijke schoonheid, al is die natuurlijk fascinerend. Maar tegenover schoonheid moet men afstand houden, omdat er zo vlug iets van afgaat, dat weet iedereen. Echte schoonheid is te kostbaar om in de handen te nemen, laat staan dat men ze zou kunnen bezitten.

Nee, de gezichten die ik, in een opwelling, zou willen aanraken, hebben een ander geheim. Dragen ze de zachtheid die ik zoek, die mij van binnen warm maakt en doet vloeien? Zijn ze zo kwetsbaar dat ze mijn zachtheid nodig hebben?

Sommige gezichten dragen de vreugde van elk moment in leven te zijn, zijn zo beweeglijk als dansten ze, als zongen ze. Sommige gezichten hebben de onderdanigheid van geslagen dieren. Sommige gezichten zijn mager van intensiteit.

Nee, wat zeg ik, alle gezichten hebben die intensiteit. Geen foto's die meer aanspreken dan portretten. Hoe meer je er naar kijkt, hoe meer je huivert bij de aanblik van dat unieke ding waar de hele wereld door trekt. Er is iets gigantisch aan een mensenhoofd, dat het de hele wereld kan indelen, onthouden, uitspreken, dat het door alles wil kijken en alles wil begrijpen, dat het in dat hoofd nieuwe werelden opbouwen wil, visioenen soms die te groot zijn voor de schepping.

Een mensenhoofd maakt muziek en taal, het bouwt steden en continenten, en als het na 70 jaar sterft, heeft het andere hoofden aangestoken met dat onrustige vuur, met die kracht die geen grenzen aanvaardt.

Ook dat overvalt mij soms, dat ik gezichten zie die ik tegen wil houden, omdat ik hun verhaal wil horen, het grote verhaal van jaren in dat kleine hoofd. Als we wat meer naar die verhalen luisterden, zouden we wat makkelijker liefhebben. Mensen moeten wat meer de liefde voor anderen diep uit zichzelf vrijlaten. Met cynisme haat je tenslotte ook jezelf.

Want mijn gezicht heeft ook liefde nodig. Soms zie ik foto's van toen ik jonger was en dan weet ik hoe ook mijn gezicht meetrekt met de tijd. Hoe ik zoveel bewaar en zoveel verlies tegelijk. Hoe ik oud ben, en ook jong. En dit weten maakt eenzaam. Dan wil ik dat iemand stilstaat en mij aankijkt, mij aanspreekt, mij in zijn handen neemt.

Zal ik het allemaal onthouden, wat ik wil onthouden? Zal ik nog kunnen voelen, wat ik wil voelen? Zal ik nog kunnen begrijpen, wat ik wil begrijpen? Zolang alles langskomt, wil ik het een goede ontvangst geven en zeggen: hier ben ik.