8. Vijf pogingen
    tot bewustwording
<vorig  verder>

1

 

Morgen in de zon. Gezicht in de zon.
Duif die koert, even en dan niet meer.
Een moment van stilte, dat niets om handen heeft.
Het zijn zachte machines die de verte vermalen.
Het is elektriciteit die zoemt in mijn hoofd.
Volle hand van de zon op mijn gezicht.
Haar warme adem, die misschien ook mijn adem is.
Het oranje scherm achter mijn oogleden.
Vogeltje dat fluit, ook maar even.
Buurvrouw die thuiskomt met haar oudgeworden kindje, klein meisje van dertig dat op haar staat te wachten, duim in de mond, haar rug gebogen, lichtjes wiegend, terwijl haar moeder de auto sluit, haar boodschappen oppakt, nog even naar de koffer loopt.

 

 

 

2

 

Je gezicht dat ik al zo lang ken, je gezicht waar de tijd niet af kan blijven, zwijgzame, hardnekkige, principiële tijd, en ik die je meisjesogen wil zien, en de lichtheid van je meisjesgeest, lachend, rollebollend met het leven, alsof er genoeg van is, van het leven, van je geest.

Je gezicht zinkt jarenlang
zo langzaam in het mijne.
En ik die jou nog steeds mag zien,
ik zal in jou verdwijnen.




3

 

De zon schijnt door alle lagen wolken, huizen, schaduwen, en dan drijft die overvloed mij naar Nescio, naar zijn Natuurdagboek. Een paar momenten met hem volstaan om even weg te zijn geweest. Want ook hij koos het licht uit als gezel. En dan loopt hij de paadjes af, telt de bomen en de dieren, en vult zijn weten aan met herkenning.

Tot je die zin ontmoet die je ademloos maakt. Daarom doet hij het, denk je dan. Er is in die zinnen iets van een glans die anders is, veel dieper gaat. Weten en herweten, het lijkt wel een verslaving, en dat is het ook. Dwars door alle lagen wil Nescio kijken, om dan de eeuwigheid te vangen in één ogenblik. Daarom, als de zon er is, telkens weer de bus op en naar het zuiden onder Amsterdam, en maar kijken en onthouden, om de oneindigheid niet te missen als ze je even aanraakt.



4

 

Soms lijken de dingen samen te vallen. Ik zag een moeder met vier kinderen aan haar handen, en haar langzame wiegelende stap kwam perfect overeen met de kleine stapjes van de wezentjes onder haar, haar stem antwoordde op het juiste moment met de juiste klank er in en haar grootte en breedte nam hen allemaal in bescherming, groot en dicht tegelijk.



5

 

"Muziek, en geluksmomenten, en mythologie, en gezichten waar de tijd in tekeer is gegaan, en sommige schemeringen en plaatsen: ze proberen ons iets te zeggen, of hebben iets gezegd wat we niet hadden mogen missen, of staan op het punt iets te zeggen. Misschien is de schoonheidservaring wel deze nakende openbaring die net niet gebeurt."
(Jorge Luis Borges)