7. Ongenoemde (3) <vorig  verder>
Het is een stille dag en herfst.
De bladeren verzamelen kleur, verliezen licht
En lossen op in vochtigheid.
De lucht gaat open en weer dicht.

En al die tijd heb ik geweten
Hoe groot het leven is dat wijkt,
Al dat ik zie en hoor en voel
Is nat nog van onzichtbaarheid.

In al die vormen en gestalten
Waakt de hand die tot hen riep.
Heel dit bestaan is niets dan
Vrij en vederlicht verdriet.