6. Een zachte dag <vorig  verder>

Een zachte dag is dit. Zoals je zachte mensen hebt, zo heb je zachte dagen. Onopdringerig, van een geduld dat alleen maar goedheid kan zijn, met wat zonlicht op het gelaat. De geluiden hebben de helft van hun scherpte verloren. Ze zijn er, maar ze laten je gerust. Zachte mensen en dagen hebben genoeg rust om met anderen te delen.

Er hangt een stilte die uit kleine bewegingen bestaat, een soort ingehoudenheid die je ook bij sneeuw hebt, alleen schijnt nu de zon.

De bomen bewegen nauwelijks nog, auto's moeten wel op pad, maar nestelen zich als ze voorbij zijn vlug weer in, er zijn wolken, maar zo kleurloos dat ze lijken op te lossen in de zon.

Het is een illusie, ik weet het. Mensen noemen het winter, en late namiddag, maar ik hoor en zie hoe het grote wiegen even ophoudt, even spiegelglad wordt. En dan kun je ver kijken.

Kan ik het helpen dat ik die bewegingen voel? Een mens was er niet bij toen ze hem ineenstaken, en meer heeft hij ook niet. Ze hebben mijn hoofd dat ritme gegeven dat met alles meetikt. Ik heb er nu vrede mee. Letterlijk dan. Het laat me meeleven met het grote en het kleine, want alles leeft zijn eigen leven, zijn eigen beweging, zijn eigen dans, zijn eigen kreet. Raap ik een steen op, dan word ik heel oud. Hoor ik een kind roepen, dan voel ik mee met het voorbije moment dat zoiets moet onthouden. Zie ik de oude man in de straat, zijn voeten naast zijn boodschappentassen, zijn hond te klein en onvolledig voor het lange leven dat boven hem uitsteekt, dan wacht ik, uit respect voor alles wat over de grenzen heeft gekeken waar ik nog niet geweest ben. Kon hij nu maar stilstaan en mij in de ogen kijken, en misschien een grap vertellen, met die zachte spot van oude mensen. De straat, die er duizenden heeft gezien, verroert niet. De trouw van stenen, omdat mensen dat van hen vragen.

Ik weet dat huizen instorten, ik weet dat ook zij hun tijd hebben, ik ben niet naïef. Maar kan ik het helpen dat ze me vragen te kijken naar hun leven, de kracht waarmee ze zichzelf bijeenhouden, terwijl het mos hen groen en donker kleurt, en de mezen hun spleten afgaan, en het licht blijft liggen, het licht van de late namiddag.

Alles bestaat, en iemand moet ernaar kijken, zodat het kan zeggen dat het gezien is. Zo beginnen romans, met een voetstap, een blik, een besluit in het hoofd. Zo kijken schilders, en fotografen, en geliefden. Zo kijkt wie de rust heeft en de anderen niet meer lastig valt. Zo kijken vaders en moeders naar al wat hun kind geworden is. Zo luisteren de muzikanten, tot ze de wereld horen zingen in hun hoofd. Is er iets mooiers dan de wereld te horen zingen in je hoofd? Een tak kraakt, hele dunne mezenstemmen, verre namiddaggeluiden, hondengeblaf, een stem, en nog een stem, zo maakt de dag er nog een compositie bij.

Een zachte dag is dit. Een adagio.
Morgen andante presto.
Ook goed.