2. Vandaag <vorig  verder>
Deze morgen, bij het wegfietsen van huis, de koelte van een adem die zijn hand over mijn borst legde, een beweging zo dichtbij dat ze bijna zichtbaar werd.

 

Deze middag, de golf van een blauwe hemel vol wolkenflarden, perfect opgespannen, perfect gebogen, en hoe dichtbij al dat verre door zo'n indruk plots kan zijn. Vogels weten dat het lege vol is, dat je het alleen moet aanraken.

 

Je hoofd raakte ik aan, en voelde het verdriet van een dag, van een aanraking die straks weer op moest houden, en dat dit zo was met alles wat onvolmaakt was, onvoltooid, onbegrepen. Misschien is dit het leven, zei je, opgepakt en ergens neergezet worden, en vandaar weggaan en niet van elders. En dan glimlachte je, omdat men om het leven glimlachen moet.

 

Deze avond, dat lichte ruisen van wind door de bladeren, en het gebeurt evenzeer in als buiten mijn hoofd, een toon die beginnen mag en eindigen, in al zijn juistheid en volledigheid. Het is leven, en er is veel van, en het heeft niets gevraagd.