1. Zegen <vorig  verder>

Ik zat eens in een huwelijksviering waar een oude priester, vol genegenheid voor zijn mensen en alles wat hij zei onmiddellijk herkenbaar, zijn handen boven de hoofden van het paar hield toen hij hen zegende. Ik dacht, ontroerd: zo wil ik ook gezegend worden. Zo: door de wijsheid, door de ouderdom, door de liefde, door de eenvoud. Wat een geluk, dacht ik: je bent jong, en dan staat daar zo iemand. En ik dacht aan al die ouders die over hoofden strelen, glimlachen, een naam noemen, oppakken, het antwoord weten. Ouders die onderstoppen, een kus geven, wachten. En ik dacht aan de vrienden op wie tijd geen vat krijgt, die aan een half woord genoeg hebben om te weten en te geven. Hun handen, hun lach, je naam zoals zij die uitspreken.

 

Zo werd ik vanmorgen wakker en ik dacht, luisterend of er nog vogels in leven waren: laat iemand toch deze dag zegenen, deze eindeloosheid van plaats en tijd, laat iemand zijn handen boven hem uitstrekken en goedkeuren, deze dag waarin zoveel zal gebeuren dat woordeloos diep en angstaanjagend groot is. Iemand. Het mogen ook vogels zijn, als ze maar zingen. Het mag een deur zijn die in het slot valt. Het mag een voetstap zijn die zich verwijdert en weer terugkomt, als ik hem maar herken. Soms tracht een mens één golf te horen in de zee, en het lukt hem bijna. Soms zie je één gezicht in de stad, en je hoort de hele stad langskomen, of zo voelt het toch aan.

 

Nu mijn ouders allebei dood zijn, voel ik me soms als in een menigte, verweesd, mijn rug onbeschermd, mijn ogen en oren overspoeld, mijn hoofd lichtjes verlamd. Een wees in deze wereld is iemand die zijn zegen kwijt is, de armen boven zijn hoofd niet meer ziet, de aanwezigheid in zijn rug mist, zijn naam niet meer hoort. En als hij opstaat, want een mens staat toch altijd weer op, voelt hij verwijt, iets van verwijt: waarom hebben jullie mij alleen gelaten, denkt hij.

 

Zo werd ik wakker. Door mijn oogleden kroop het licht, in mijn
benen wachtte het bloed, mijn adem ging vanzelf in en uit, tot ik hem weer vergat. En mijn hoofd wachtte op een teken dat deze dag goed was.