![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Wolken en zonlicht, ze leggen in het voorjaar op het Engelse platteland een zijden schijn, een sluier waarin de kleuren nog nooit zo diep zijn geweest. Het pas gezaaide groen, dat in tegenlicht onaards dichtbij komt. De koolzaadvelden met hun diepe geel. De lappendeken tussen de hagen en op de glooiingen, met nuances van eeuwen. Het diepe buikgrijs van de wolken, met hun marmer van blauw. En torens, en oude eiken, om de verte tegen te houden. We rijden erdoor en kijken ernaar. Wij zijn kinderen aan de hand Gods. In onze zwijgzaamheid zit de zwijgzaamheid van een landschap dat alleen maar landschap is, gemaakt door en voor zichzelf. De beweging die we hier zien, rolt zo stil en eeuwig voorbij, dat we aan het woord schoonheid denken, om toch iets te zeggen. Soms wil een mens wat oprapen en in zijn handen houden, en dan gebruikt hij een oud woord. Want kijken, dat beseffen wij, is van een paradijselijke gulheid, er is zoveel dat we het gewoon niet opkrijgen. En op de bank aan het kerkhof zingen de kleine vogels onophoudelijk een ander ritme en andere toonladders, alsof ze straks moeten optreden in een of andere avondlijke zegening, zoals de zangboeken die liggen te wachten op de achterste bank van het kerkje. Zijn er dan geen auto's op de snelwegen, en in de stad, en geen winkelramen waarin de wereld is opgedeeld om te worden meegenomen, en geen stemmen die van overal lijken te komen, en stof dat dichter komt dan ooit tevoren, en veel te veel gezichten voor een uur als dit? Ja, die zijn er. Overal is hevigheid, maar niet hier. Of hier heeft ze zich verstopt, getemd door een gewicht van eeuwen, of door teveel zichtbare trage tijd. Hier zinkt de weg nog wat dieper weg tussen de aarde en de struiken en de overhangende bomen. Hier trilt het mos op de vuurstenen muren, van een bries die zelfs niet hoorbaar meer is. Hier hebben de oude mannen dik haar in een scheiding en kleine schoolmeisjesachtige vrouwtjes, en ze zoeken zich een plaats aan het raam van de bar, waar het goed is verder te leven. Hier glijden de kraaien tegen het licht. Hier is het tweehonderd jaar geleden en nu en nog wat toekomst ook. |
||
![]() |
![]() |