![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Onaantastbaar zijn als de aarde die doorgesneden wordt, en dan een winter ligt te wachten tot er leven ontkiemt. Als de bomen die maandenlang leeg waren. En nog altijd zwellen de bloemknoppen zo traag. Er verschijnt weer leven op de takken, maar zo onaanzienlijk, als verfdruppels, gemorst door een klein penseel. Er is nooit veel overschot, denk ik, van dag tot dag zeker niet. Maar een leven verandert niet van uur tot uur. Zelfs niet van dag tot dag. Je moet er lang en voorzichtig naar kijken, naar je veranderingen, en willen wachten, zonder veel ergernis. Leven is een lange les in vertrouwen, die niet voor niets zoveel dagen nodig heeft als je ziet hoe ongeduldig en rusteloos mensen wel kunnen zijn. Worden we ouder en voelen we ons lichaam haperen, laten we dan stil worden en ons proberen voor te stellen hoe lang we nu al in leven zijn, en dat de beweging die ons ving ons ook zal loslaten, op dezelfde fascinerende, misschien wel liefdevolle manier. Worden we moe, zoals je moe kunt worden van het teveel, laten we dan door de stad lopen, zwijgend, terwijl de wind over de torens waait, en de straten alle leven doorlaten, en het licht zien vallen in de ramen van de kathedraal, of op de wangen van wie in een café tegen de muur zitten, hoofd tussen de hoofden, gedachten tussen de gedachten. Het geduld is over allen verdeeld, en we willen het delen met allen. Niemand heeft er een uitzonderlijk talent voor, iedereen moet er elke dag weer zijn best voor doen. Zoals men vroeger zei: doe je best. Wetende hoe onvolmaakt dat is, en hoe ontroerend ook. Je ziet een steen niet liggen, maar hij is wel tot hier gerold. Je hoort een huis niet, maar er liggen honderden jaren in begraven. En een mens die langs de straat loopt, in weer en in wind, hij doet de bewegingen die hem zijn aangeleerd, de bewegingen van altijd die hem in leven houden, nu al zoveel jaren lang, en waarmee hij zijn eigen weefsel knoopt, een kleed met kleuren in die je nooit meer vergeet als je er eenmaal wat langer naar hebt gekeken. Zoals de liefde moeten we het geduld delen. Er zijn woorden voor, en gebaren, kleine, en als we geluk hebben, grote. Maar laten we elkaars geduld koesteren, vanuit het besef dat ook wij klein en onvolmaakt zijn in de moed, in het vertrouwen dat het leven van ons vraagt. Wat wil het moment ons niet geven, adem en beweging, warmte en verlangen, en wij zijn zo klein. Maar geduld, het eeuwige geduld zal graan worden dat golft in de wind, boom die de wijde lucht omarmt. En het kind dat zijn ogen opent, zal bouwen, en boeken schrijven, of glimlachen van vreugde. |
||
![]() |
![]() |