![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
De vogels zijn terug.
En doffe, doorrookte eksterkuchen, alsof ze nog niet goed wakker zijn, die eksters, voor hun doen veel te vroeg. Aandachttrekkers. En niet te houden verliefd, zie ik, als ze met wippende staarten van schoorsteen naar dak naar tak elkaar opflirten. Lente in de broek. Als het mensen waren, stonden er twee brommers bij.
Maar de eerste keeltjes weten van geen ophouden. Telkens weer die fuga van tuimelende noten, eindeloos gevarieerd. Coloratuurstemmen die hun verplichte oefeningen doen? Een geheim ritueel voor ingewijden, dauwdruppels en streepjes morgenlicht? De eeuwenoude vogelschool die alweer volop bezig is, uitleg en herhaling en verfijnder leren zingen dan de mensen ooit muziek zullen maken?
En dan is alles stil.
Maar plots zijn de vogels weg. Weg zijn de eksters, en de duiven die zo zacht kunnen landen, en de mezen met hun formidabele remmen, als jachtvliegtuigen op een vliegdekschip komen ze op een tak zitten, een en al gecontroleerde kracht, die evengoed plots kan wegschieten, terwijl de toeschouwer verbaasd achterblijft.
Het is stil.
Een warme ochtend is dit, waarin ieder driftig aan het werk is. De wormen in de grond, de cellen in de bomen, de auto's, de hoofden en handen van de mensen, de vogels. Al die taken die op ons, wezens van de schepping, liggen te wachten. Je kunt wel in de zon gaan zitten en zingen of zachtjes rondkijken, maar werken vraagt meer beweging.
En dat is wat we doen, elke morgen opnieuw. De geliefden zijn nu over deze aarde verspreid, bezig met naarstigheid en ijver en misschien wel lust. Iets oppakken en elders neerleggen en plots een onvermoede kant zien die geen mens ooit zag. Dat is lust, dat is een sensatie. Iets dat geen leven meer heeft weer in leven wrijven, dat is meer dan ijver, dat is liefde.
Al dat bewegen, gewoon om te zijn wie we zijn, om te worden wie we zijn, ekster of hond of mens. Wolk die overtrekt. Auto. Al dat bewegen door elkaar, tot er iets ontstaat dat groter is en een naam verdient, maar geen naam heeft.
Morgen. |
||
![]() |
![]() |