3. Wolken
<vorig  verder>

Als ik opkijk, zie ik dat de lucht blauw is en vol wolken. Het kind in mij staat stil en wil kijken. Het vergeet zichzelf steeds makkelijker, het kind in mij, één glinstering en het blijft achter, gevangen in zijn verwondering. Zoals mijn zoon, toen hij klein was, altijd te laat thuiskwam van school, omdat hij onderweg zoveel werelden had ontdekt, stenen en torretjes en plassen waar eindjes lucht in dreven. Als we hem zochten, zagen we hem soms voorovergebogen naar de grond turen. Een aandoenlijk gezicht, die kleine jongen en die grote aarde, die met elkaar in gesprek waren.

Wat doe je dan? Roep je een kind dat te laat is bij zijn naam of laat je het dat stukje overwonnen tijd? Je riep niet, uiteindelijk zorgde zijn lichaam wel dat hij honger kreeg. Of je bleef kijken, zelf ook tijdloos geworden.

Zoals nu. Even gleden de wolken dwars door mijn ogen, zo groot en totaal waren ze. Even, een paar seconden maar, was ik elders, maar op mijn leeftijd ben ik al blij met die paar seconden.

Want er gebeurt veel in die ogenblikken. Ik zie al die vormen, al die aanwezigheden die elk voor zich de vraag stellen waarom, en met de nutteloosheid van die vraag weer een beweging maken die er voordien niet was maar in mijn ogen achterblijft. Ik zie een wereld die rijk is, en van die rijkdom geen probleem maakt. Ik zie de dag die alles samenhoudt, een dag waarin ik wakker mag zijn en ademen en meebewegen. En, als de zon doorbreekt, zie ik een glans over alles, alsof de diepte ook even boven komen mag.

Het is een dag van wolken. In de huizenblokken zoemen de kantoren, slaan de deuren zacht of hard, zijn er stemmen die naar buiten willen. In de straten lopen de mensen naast en door elkaar, iedereen heeft een klein stukje mee voor elders en laat dat daar voorzichtig of ruw achter. In de ziekenhuizen staan de zwijgende bedden met hun doorzichtige lichamen. In de scholen kijken de kinderen naar het gezicht van hun meester. Hoog boven de huizen wacht iemand op het geluid van de telefoon, draait iemand zich op haar andere zij, traag, eindeloos, gaat iemand dood.

Maar dit is een dag van wolken.