![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Een mens kan 's nachts alleen wakker liggen. Een mens kan 's nachts alleen op straat dolen, zonder bed, zonder muren om zich te warmen. Een mens kan alleen in de nacht staan en niet meer weten of nog iemand zijn naam kent, niet meer weten hoe het is een naam te hebben. Een mens kan een hoofd hebben dat van hem weg loopt, dat onhandelbaar wordt, dat tekeer gaat als een achtergelaten kind. Een mens kan pijn hebben en niet weten waarom.
En toch is het met verlangen begonnen, toen, toen hij aangeraakt werd door twee lichamen, door twee vingertoppen die zich naar hem uitstrekten, door het licht dat inviel op zijn fijn gezichtje, door de glans die in zijn huid zat, door de klank die in zijn stem kroop, door het zilver in zijn naam. En het was verlangen dat hem adem en drinken en eten gaf, en hem leerde dat je in slaap kunt vallen als er iemand bij je waakt, bij je ligt, met je ademt. Dat verlangen raakt hij nooit meer kwijt.
Verlangen is herinnering aan de warmte. Verlangen is stilte in het hoofd, de grote rust die leven geeft en waarop men in slaap mag vallen.
Niets bestaat dat niet is aangeraakt. En aan die aanraking houden wij,
geschapenen, een levenslange hunkering over: kijk naar mij, spreek met
mij, noem mij, raak mij aan... Hunkerende wezens zijn wij, naar de liefde
die ons vorm gaf, ons optilde uit het niets, voor altijd. Hunkerende
wezens op zoek naar een nieuwe aanraking, die ons opnieuw zal doen leven,
opnieuw zal doen voelen dat we bestaan.
Kinderen zijn daar het eenvoudigst in. Ze vragen wat ze nodig hebben, een aai, een knuffel, een zoen, een antwoord. Ze kruipen op schoot en vallen tegen je in slaap. Ze kijken dwars door je heen. Soms vragen ze het letterlijk: zie je me wel graag, is het mooi wat ik maak, waarom moet ik doodgaan? En de grote mensen, die het ook niet weten, doen wat ze al altijd gedaan hebben: ze strelen het haar of vertellen een verhaal of blijven samen wachten tot de tijd wat minder pijn doet.
En zo leren kinderen dat vorm worden ook pijn zal doen, maar dat met de volgende golfslag het leven weer zal schitteren in het zonlicht, een onophoudelijke stroom van ander, veelkleurig en veelstemmig leven neemt ons mee, verrukt ons en schudt ons door elkaar, maakt ons mooi en schaaft ons, maakt ons groot en maakt ons klein, geeft ons wijsheid en verdriet, en brengt ons naar de dood, elke dag een beetje meer, tot we, zoals Shakespeare zegt, "oplossen als water in water".
Grote mensen hebben andere zorgen, maar hun nood aan een aanraking blijft. In elk van ons zit een klein meisje of jongetje dat wil dat iemand zijn hand op onze arm legt, onze naam noemt, zegt dat het goed is. Dat het goed is, willen we horen, dat het goed is dat we bestaan, dat alles rondom ons bestaat, dat alles kleur heeft en een klank, dat er zoveel te kijken en te horen is, dat verwondering ons wakker maakt 's morgens, ons door de dag leidt en 's avonds volgelopen laat rusten. Dat het goed is dat er leven is, en zoveel leven, en dat we daar bij mogen zijn, levend, bewegend, herkenbaar, beminbaar. Dat bestaan genot is, zelfs al doet het pijn.
Maar iemand moet het af en toe zeggen, iemand moet ons af en toe aanraken,
iemand moet ons af en toe opgooien in het licht, dat we schitteren,
en weer opvangen, iemand moet af en toe van ons genieten, iemand moet
in ons de liefde wakker houden.
Want alles is ooit begonnen, net als wij. Alles is broos en breekbaar geweest, moest de kracht voelen die het schiep, het vertrouwen dat het groot zou maken. Er is geen verschil tussen ons en de rest van de wereld, tussen de steen waarmee het huis wordt gebouwd, tussen de windvlaag die opsteekt, tussen de boom op de helling en het fietsende kind: allemaal zijn we baby geweest, hebben we gedronken van de borst, leren spreken met kleine woordjes, zijn we op de arm genomen en weer neer gelegd, zijn we ingeslapen in de bescherming die alles ooit gevoeld moet hebben om te kunnen inslapen: een lichaam dat zich over je buigt, een blik die je aankijkt, een hand op je voorhoofd. |
||
![]() |
![]() |