![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Ritme is de tijd bijeen houden" zegt de drummer van John Coltrane
in een televisieprogramma. Ik denk aan zijn woorden als ik een fel geschminkte
oude vrouw zie wachten om de straat over te steken. Het is wat koud,
er staat wat wind en ze lijkt over de stenen te zweven, zo broos is
ze. Hoeveel tijd houdt zij nog bijeen? Misschien is ze van binnen helemaal
leeg geworden, gewichtloos, een boeket gedroogde bloemen dat knispert
als je er aan komt. En toch ontroert mij dat schminken, dat voorzichtige stappen. Een rimpeling brengt ze voort, meer niet, maar zo'n kleine beweging valt meer op dan een hele straat in beroering. De auto's rijden maar, de passanten haasten zich voorbij, met gezichten die zijn wat ze moeten zijn, de uitstalramen glinsteren zoals uitstalramen zijn bedoeld. Maar wat niet vanzelf gaat, wat uit een oud en diep besluit geboren wordt, dat valt op. Haar wil maakt haar biezonder, en zo rimpelt ze nog in mijn hoofd als ze de overkant al lang heeft bereikt en verder loopt tussen de beweging; De grote beweging daarentegen heeft iets tijdloos, al dit leven gaat
rond mij tekeer alsof het binnen dertig jaar nog zo zal zijn. En zo
is het ook: deze huizen, straten, stemmen, deze lucht, zijn ze er niet
altijd geweest? Hun ritme is zo moeilijk te vatten dat ik volsta met
te weten. Ik weet wat ik hier doe, als je vraagt wat hier is, dan kan
ik daar ook op antwoorden. Maar hoe wordt de stad ouder, dit vreemde
ding dat rond mij leeft? Als onzichtbaar traag opwaaiend stof? Als koppijn
's avonds, moeheid van een hoofd dat teveel weemoedige en andere verhalen
heeft gehoord? Soms lukt het weten achter het weten. Maar nu niet, nu
is het alleen woensdag. Ook dat nog, dat het woensdag is. Er worden
lijsten opgehangen, en daarop kun je het nalezen: woensdag. Voor de
rest doet die dag me niets, een opening in de tijd die overmorgen alweer
vergeten is. Dan is het trouwens vrijdag. Wat houden we bijeen, als alles zo snel verder stroomt dat we nauwelijks
kunnen luisteren? Wat houden we bijeen, we worden er droevig van, door
onze vingers glipt al wat gebeurt, en we lijken adem tekort te komen,
we lijken vergeten te worden, we lijken onszelf te vergeten Winter is
zo'n broos ritme, zo leeggeblazen van binnen, dat het soms lijkt alsof
we mee uiteenvallen. Daarom ben ik blij dat ik even stil stond en de oude vrouw heb zien
oversteken. Haar ritme van pluisje dat opvliegt bij iedere windstoot
zal me bijblijven. Je moet sterk zijn met zo weinig. Misschien is sterkte
haar geheim, zou ze me kunnen vertellen hoe je dat doet, sterk worden,
ook al ga je, een droge bloem, straks dood. Hoe zal zij die grote oversteek
wagen? Ik zou het haar graag gevraagd hebben, maar hoe vraag je zoiets?
Ik moet het doen met kijken, en kijken leert ook veel, denk ik altijd,
zo'n moment helemaal vol laten lopen. Stil staan, stil worden, stil zijn, het is dezelfde beweging van aandacht, om het grote ritme dat alles bijeenhoudt even te kunnen horen, of zien, of voelen. Is dat moeilijk? Misschien niet. Momenten helemaal momenten laten zijn: een oude broze vrouw, met haar gezicht in oorlogskleuren tegen de nakende dood; de vrouw tegen wie de kruidenier iets zegt en die, als zij overgestoken is, nog altijd glimlacht om wat ze heeft gehoord; de jongeman die roept dat de tram moet wachten, alsof de tram mensentaal verstaat; het groene mos dat op de takken ligt, en de beetjes licht in dat groen; de kou in de hals; de windvlaag om de hoek; het boek met de mooie titel; de auto die precies doet wat van hem gevraagd wordt, oorzaak en gevolg kloppen, en toch, als je er even bij stil staat, een wonder van gegevenheid; en ook deze stad die maar verder stroomt, hoe ongrijpbaarheid zo dichtbij kan komen, gelukkig heb ik nog een paar woorden en kan ik zeggen: stad, woensdag, zo druk, zo veel leven... |
||
![]() |
![]() |