Bidden <vorig  verder>

Bidden is iets intiems. Misschien is het wel het diepste wat zich in ons hart bevindt, even dichtbij als ademen, kijken en luisteren. Ademend bidt de verwondering in ons, kijkend bidt de zorg in ons om een hele wereld, luisterend bidt de hoop in ons dat, ondanks alles, geen enkel leven tevergeefs zal zijn geweest...

Bidden als verwondering, als ademen: soms word ik overvallen door het bewustzijn dat ik leef. 's Morgens bijvoorbeeld, bij het wakker worden. Dat daar in dat warme bed een lichaam ligt dat mij door de wereld draagt, met adem en spieren en een hoofd dat een heel leven bijeen houdt, een halve eeuw al, met oude paden en paden die ik zelf nog heb gehakt...

Ik blijf het een wonderlijk bewustzijn vinden, die blik die plots naar zichzelf kijkt en even duizelt bij de afgrond die zich daar openbaart. Wetenschappers besteden een leven aan de ontrafeling van één cel, en ik ontwaak dank zij een ontelbaarheid van cellen en verbindingen, omdat miljoenen jaren hebben gewerkt aan het fijn afstellen van dit lichaam. Er hoeft maar weinig verkeerd te gaan, en wie ben ik dan?

Het is verwondering die mij overvalt. Maar is verwondering niet de motor van alle denken? Verwondering heeft iets dat kinderlijk enthousiast is, alsof elke verwondering een herinnering is aan de onbegrijpelijke geboorte.

Maar verwondering maakt ook stil, overweldigt, raakt aan angst. Angst als bij een natuurverschijnsel dat zich door niets of niemand tegen laat houden. Het is zo groot, het leven dat we gekregen hebben, dat we er in verloren kunnen lopen als kinderen, of het in onze handen houden en niet weten wat we ermee moeten doen. En toch is het het dierbaarste wat ons ooit gegeven is… Ons laten dragen door de genade dat we bestaan, door de dankbaarheid, door het vertrouwen, dat is bidden als ademen, bidden vanuit verwondering.

Bidden als zorg, als kijken: bij het wakker worden gaan mijn gedachten als vanzelf naar het andere leven dat met mij meedrijft: de geliefden, of wie ik gisteren zag, of diegene van wie ik vorige week een verhaal hoorde, of wie ik al lang niet meer heb gezien, die wie weet aan mij denkt. En ik hoop dat vandaag het leven hen zal dragen, hen zal sparen, niet zal breken zoals de dingen kunnen breken toen ze eenmaal vorm werden, lichaam, naam en gezicht. Diezelfde blik waarmee iemand zich van zichzelf bewust wordt, daarmee wordt hij zich van anderen bewust. Het is dezelfde verwondering over al dit bestaan, en hetzelfde ontzag, of om met een oude bijbelse term te spreken, dezelfde vrees.

En raken verwondering en ontzag niet aan liefde, als het besef mij leert te vullen hoezeer ik deel uitmaak van iets dat oneindig veel groter is: mijn woorden die eeuwenoud zijn, de gedachten die mij bevolken, als vreemdelingen die zijn blijven wonen, de gezichten en stemmen die elk voor mij een spiegel zijn, waarin ik mij terugvind, als ze tegen mij spreken, als ze mijn naam noemen, als ze mij omhelzen. Dat ik zoveel en zovelen mag zien, horen, onthouden. Dat ik zoveel bestaan mag meedragen, dat vult mij met liefde, denk ik.

Bidden als kijken, want zelfs als ik maar naar al dat leven naast mij kijk, dan weet ik dat die blik hoopt dat het goed met hen gaat, dat ze zullen bloeien zoals alle leven moet bloeien.

En willen we daarom ook de dood niet opnemen in dat mysterie? Behoed ons door de dood heen, zingen we, want zingen doen we samen en samen klinken we, zingen doet het hele lichaam, zingen sust zoals kinderen gesust en geborgen in slaap vallen. Behoed ons door de dood heen: hier houdt het kijken op, blijft alleen het bidden over…

Bidden als luisteren, als hoop: er is een mens geweest die door zijn leven, door zijn woorden de hoop in de wereld heeft gelegd dat ook het kleinste leven gezien zal worden: de weduwe met haar schamele penning, de verloren zoon, de onbekende soldaat van de honderdman, de verstoten vrouw aan de bron. De zuiveren van hart, zij die wenen, zij die met heel hun hart hopen op gerechtigheid, ze werden door hem zalig genoemd. Naar hem luisteren, zijn woorden, zijn voorbeeld, zijn blik volgen en proberen te begrijpen, het is een hoop die ons beperkte leven optilt, een hoop groot genoeg voor een grote wereld, een hoop groot genoeg om ons te redden van de wanhoop. Op zo'n moment moeten we samen bidden, om iets van dat grote gestalte te geven. Als veel mensen ergens naartoe gaan, ontstaat het pad vanzelf. Dit is het bijbelse bidden: zeggen en doen ineen, zoals zijn woorden ook zijn leven waren, en zijn leven sprak, en spreekt. Bidden als keuze, bidden als baken, bidden als kracht...