![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Wat erkenning is, weten we allemaal. Die blik, die aandacht langer
dan voorgeschreven, die goedkeurende woorden, die nabijheid die zich
lijkt te warmen aan wat we zijn. We weten het omdat, letterlijk, "ons
hart opspringt van vreugde". We weten het omdat we plots helder
worden, doorzichtig, niet meer beladen met schaduwen, maar een aanwezigheid
die zichzelf vullen mag met zijn wondere aanwezigheid. Het grondwoord in erkenning is 'kennen'. Zou het kunnen dat erkenning
iets met denken te maken heeft, een diepere vorm van inzicht is? In
de spiegel van de ander bereik je niet alleen een hogere vorm van jezelf
ervaren, maar leer je ook jezelf kennen, vol groei die nu begint. Het
leven moet toch altijd weer binnen ons zijn naam krijgen: als we licht
worden door wat de ander met ons doet, zou ook het leven dan niet licht
zijn, vleugelslag die ons optilt en in beweging zet? Als de kracht ons
doorstroomt van erkenning, dan moet die kracht toch in ons te wachten
liggen? Erkenning is niet alleen een aanraking, maar leert ons ook denken
over het leven: we zijn niet veroordeeld, we zitten niet opgesloten,
als we zo kunnen bewegen. Bewegen is alles, vandaar dat de deur op een
kier moet, het licht aan moet blijven in de gang. Als het op vertrouwen
aankomt, blijven we kinderen. Met sommige zinnetjes van erkenning vullen
mensen een heel leven, dekken ze zichzelf toe in de donkerste momenten.
Met wat ooit iemand zei, redden ze zichzelf van de verlamming. Als ooit
beweging mogelijk was, dan weer nu. Misschien niet dadelijk, maar toch. Een ander denken dat erkenning installeert, als vanzelf, is dat van
de verbondenheid. In de ogen van de ander word ik zelf mooi, goed zoals
ik het voordien nog niet wist. In die aanwezigheid tegenover mij vind
ik mezelf terug, als was er iemand die mij kende voor ik mij kende.
Het geloof in mensen, zou het dan toch één en ondeelbaar
zijn, dat we het bij elkaar terugvinden, als iets dat we zochten en
verloren waren? Erkenning, hoe klein ook, herstelt iets van dat grote geloof in de
mens, dat we allen moeten delen om mens te kunnen zijn. En uit dat gedeelde
geloof ontspringt gedeelde kracht, scheppen mensen hun wereld, te beginnen
met zichzelf. Een toelating om mens te zijn is erkenning. Inspiratie
om mens te zijn, wil en kracht en overtuiging. Een leermeester is erkenning.
En van leerling worden we zelf meester. Meester in het leven, in de
levenskunde. Erkenning is wederkerig zoals alles wat we zien wederkerig
is, een spiegel is meer dan de spiegel, we dragen elkaars beeld en gelijkenis
door de dagen en door de tijd. Die gezamenlijke scheppende beweging is onverwoestbaar, sterker dan de dood, al moeten ook wij sterven. En als dat niet zo is, als we wegkwijnen achter ramen, als we aan de rand van de weg liggen, verhakkeld, vrouw met kind, soldaat die niets vroeg, fietsende jongen, dan nog zal iemand ons gezien hebben, ons toedekken en begraven. In de wanhoop van het hart is erkenning de hand die ons redt, ook als we dood zijn en verloren, lijkt het. Nooit zullen mensen stenen worden, verpakkingen die men hergebruikt. Nooit. Wij verlangende, wetende, geziene, gespiegelde mensen. |
||
![]() |
![]() |