|
1
In de trappistenabdij van Berkel-Enschot (Tilburg) wandelen we langs
de kruisweg van Albert Servaes. Het is de originele kruisweg die in
België niet gewenst was en hier, in de lange kruisgangen, een definitieve
rustplaats heeft gevonden. De houtskooltekeningen zijn van een ongelofelijke
intensiteit. Geen heroïek, geen berusting, maar naakt lijden. Ik
kijk naar de afgesleten voeten van Jezus, naar de holte in zijn buik,
naar het neerbuigende gewicht van zijn dode lijf aan het kruis. Heb
je die blik in de ogen van Maria gezien, vraagt mijn zoon, als we samen
voor 'De graflegging' staan.
2
De televisie toont minder hongerprentjes dan vroeger, toen ze nog niet
cliché geworden waren. Nochtans woekert de honger verder. Wat
is het dat een televisiebeeld wel zijn intensiteit verliest, terwijl
het lijden toch even naakt is? De vraag stellen is haar beantwoorden:
dit lijden krijgt geen kans, enkele seconden kun je toch geen kans noemen.
Dit lijden hangt op de verkeerde plek, je kunt evengoed een cijfer projecteren
of een statistiek, veel verschil is er niet. Lijden verdient dat men
er naar kijkt, en op die manier probeert iets te begrijpen.
3
Toch is ook het vluchtige prentje soms schokkend. Ik zie, in volle verkiezingsstrijd,
een bende politici binnenvallen in een beschutte werkplaats, waar mensen
iets in een doos stoppen. Het idee alleen al! En de joligheid waarmee
ze ook 'ns wat willen inpakken! Stel je het gevoel voor van die werkende
mensen die dat over zich moeten laten komen. Zoals de adel vroeger in
zijn beste kleren aan liefdadigheid deed, zo breekt de wereld van de
geslaagden, mannen van de macht, binnen in de stille onderkant van de
samenleving, waar zingeving van een andere orde is. Mannen van de macht
weten niets van de onmacht. De onmacht is geen verkiezingsprentje, maar
een donker geheim.
4
Als de bewegende beelden een verhaal vertellen, zoals in het vorige
voorbeeld, dan zijn ze geslaagd. Want elke vraag begint met een verhaal
(al is mijn vraag wel een andere dan die der bezoekende politici). Ook
een foto kan een verhaal vertellen, en daarbij ook nog stilstaan tot
je het voelt op het bot. Ik denk aan de World Press Photo-foto van het
jaar: een gevangen Irakees, met kap over het hoofd, op de grond achter
prikkeldraad, én met zijn zoontje op schoot, in zijn armen. Vat
dit verhaal maar 'ns samen.
5
Iemand zendt mij een fotoreportage over Peruaanse straatkinderen, in
het spoor van de stilaan beroemde mobile schools. Ik kijk naar de gezichtjes
die terugkijken en in die ogen zit alles: het verlangen om opgetild
en meegenomen te worden, de nieuwsgierigheid die al een eerste stap
is, de verlegenheid die eigen kostbaarheid beseft en wil beschermen,
de eenzaamheid van kleine mens alleen, zo naamloos als het beeld maar
kan zijn.
6
Pas als je in een boek als A vanished world van Roman Vishniac bladert,
besef je hoe levensbelangrijk zo'n foto kan zijn. Dit, deze zwart-witte
foto's, is het enige wat overblijft van de joodse wereld in Polen, Oekraïne
en Rusland. De mensen zijn weg, de winkeltjes, de straat- en winkelborden.
De taal is weg, de synagogen, de schooltjes met hun stemmen en boeken.
Alles weg, opgegaan in de rook van de tijd, waren er niet deze foto's
die alles teruggeven. Alles is veel gezegd. Maar als ik mijn best doe,
kan ik het Jiddisch bijna horen, kan ik de straten bijna ruiken.
7
Op mijn beeldscherm heb ik een oude foto van mijn moeder gezet. Ook
zij is weg, en met haar de wereld die haar omringde. Maar de computer
is een lens: ik kan inzoomen op mijn moeder. Ik zoom en zie achter haar
lach haar onrust, haar melancholie, het verlangen dat haar opjaagt.
Ik kijk en het lijkt wel of ik naar haar luister, of ze met me praat.
Alles is eeuwig in beweging, mijn kijken, haar ogen en haar mond, en
ons eindeloze zoeken.
|