Gaten <vorig  verder>

Als je leven voortholt van bestelling naar vergadering, ben je dan maatschappelijk geslaagd? Of tenminste goed bezig? Beetje dommige vraag, ik weet het, een karikatuur maken is altijd makkelijk, je hoeft maar je ogen wat dicht te knijpen.

De vraag wil, zoals zovele vragen, ergens anders uitkomen: bij de gaten. De gaten die je niet opmerkt, omdat ze leeg zijn. Maar zonder die gaten liep je niet vol. De vraag had moeten zijn: zie je de gaten nog, als ze opduiken, plots tegen je aanwrijven? Het gezicht in de tram dat in je ogen blijft kijken, niet wegkijkt na een seconde, zoals voorgeschreven? De lichtval 's ochtends? Of 's avonds, als de dag zich uitrekt of op z'n rug gaat liggen en er een hele lichte zucht opstijgt uit de moegewerkte dag? Van dat blauw in het donker, net voor het echt donker wordt? Een blik in de ogen van weer een mens die iets anders zegt dan wat zijn ogen zeggen? Of die niets zegt terwijl zijn ogen verwoed pogingen doen om ook niets te zeggen? En in dat kleine moment, dat gaatje van verlangen of wanhoop (het tweede is ook verlangen, maar vol gaten en scheuren), wat doe je dan: kijk je zelf wat langer, vraag je iets, of glimlach je op zo'n manier dat er al een deel van het antwoord komt?

Gaten: zij is naast je in slaap gevallen, je hoort het aan haar ademhaling, je ziet de kleine beweginkjes van de slaap, en er valt een soort gat in je, waarin zij langzaam stroomt: haar moeheid, haar randen, haar volheid. Dat zij is…

Gaten: het kind waarop moet worden gepast, heeft een huid van marmer, gepolijst marmer, en ook het licht heeft die huid gezien. We kijken nu met twee naar die volmaakte huid.

Gaten. Heb ik nog voldoende vrije ruimte op mijn harde schijf om ze op te merken, om er door geraakt te worden. Het mag struikelen zijn, het mag vervreemden, als ik van binnen maar dat geheimzinnig soort avontuur voel dat begint, en dat bij sommigen gedichten oplevert, en bij anderen herinneringen, en bij iedereen een lichtheid waarmee je de vele samengestroomde werkelijkheden beter kunt zien. Want elk ogenblik is er zoveel tegelijk aanwezig, en kunnen we het niet allemaal zien, we kunnen het ook niet diep genoeg aanvoelen, al die onzichtbare, vloeibare randen die overstromen.

En toch weer wel: de blik van een paar ogen kan een leven veranderen, de blik van een paar ogen kan een verhaal beginnen als een dijkbreuk, als een storm. Uit de scheur van één moment kan het leven begrepen worden. Het zijn de gaten die doen geboren worden, zoals altijd. Zoals altijd is de leegte vol, dit mysterie heeft iets goddelijks, de nameloze die zoveel namen kreeg. Maar er moeten ogen zijn die zien, er moeten blikken zijn die zo mooi leeg zijn dat ze kunnen zien, en kunnen bewaren…

Maar terwijl ik dit schrijf, overvalt me aarzeling. Want pijn in het leven maakt ook gaten. Soms gaten die niet te overzien zijn, als het verlies van een geliefde. Soms gaten van klein verwijt, die samen een grote bitterheid maken. Gaten als een dossier: toen in de steek gelaten, daar vernederd, toen bedrogen, daar weerloos en verloren. Waarom genezen sommige wonden zo moeilijk? Waarom maakt het negatieve soms zulke haarscherpe foto's?

Het leven zou mooie littekens moeten kunnen achterlaten, het liefst zelfs gaten waardoor het beter ademen is, beter omgaan met dingen en mensen. Geen hoofd als een dossierkamer, waar de feiten op de duur gaan wegen, maar een kamer met ramen, milde grote openingen waardoor het leven weer kan stromen. Geen hoofd als een afgrond, maar als een diepe, begrijpende glimlach. "There is a crack in everything, that's where the light comes in" zingt Leonard Cohen. Misschien zijn dat de mooiste gaten: de scheuren die je opliep, de diepe wonden, en waar nu licht door kan… Licht van inzicht: kijk, zo werkt het. Licht van mededogen: ja, zo voelt het. Licht van verbondenheid: nee, je bent niet alleen. Licht van rust: ook wat er niet is, kan volstromen. Licht van aanvaarding: leven, wat stroom je wonderlijk. Licht van licht: waar komt al dit licht toch vandaan?