Kijken <vorig  verder>

1

's Morgens en 's avonds wordt de lucht, op een bepaald moment, van een onwezenlijk diep blauw. Alsof er diepten in dat blauw liggen die je tot dan toe alleen in zwart vermoedde. Een moment dat de kou helemaal doorzichtig wordt, en blijkt dat koude van een nooit geziene schoonheid is. l'Heure bleue, zei ik bij het afscheid tegen mijn vriend die als kind Frans sprak, maar hij keek mij niet begrijpend aan, hij scheen het begrip niet te kennen. En ik dacht aan de sneeuw van mijn kindertijd, hoe die in de avond van wit helemaal blauw werd, een universum van donkerblauw dat voor mij rechtop ging staan. En hoe ik bleef kijken met die kinderogen van mij, en een foto maakte voor de rest van mijn leven. Ook dat is wonderlijk, dat daar na al die jaren nog geen kleurverschil op zit…



2

Vandaag is de televisie zodanig licht geworden, dat de programma's vervliegen onder mijn ogen. Eén minuutje kijken en ik zie al niets meer, lucht waarin nog wat kleur zit. Een tv-gids heb ik al lang niet meer, de tv-pagina's in de krant sla ik over. Ik zap, maar dat is alleen maar buitenkant, zoals er al zoveel buitenkant is, met de snelheid die eigen is aan buitenkant: hop, vooruit, er is nog meer hoor!

De wereld is een studio, schijnt de televisie te willen zeggen, ga maar gerust slapen, de lichten blijven wel branden. In het journaal ziet een mens al eens beelden die niet in de studio zijn opgenomen, dat is waar, maar worden we dan niet gered door het sportnieuws? Er moeten al torens instorten en koningen sterven, wil ook het sportnieuws achterwege blijven. Ik hoorde ooit een sportsocioloog zich verwonderd afvragen waarom sport eigenlijk zo'n integrerend deel uitmaakt van ons dagelijks nieuws? Ik denk dat het is omdat sport ons gerust stelt, dat het allemaal maar om te spelen is, dat we er elk moment mee kunnen ophouden, dat niemand in gevaar is, laat staan dat we de regels niet zouden kennen.
Het leven als spel. Er is veel voor te zeggen, Huizinga heeft er in zijn Homo Ludens over geschreven: over de vrijheid die je dan voelt, de diepe wil om je uit te drukken, over de overgave waarmee gespeeld wordt, de bewegingen en begrenzingen in het spel… Kinderen oefenen, herhalen, beleven het leven al spelende. Waarom zouden volwassenen dat niet mogen doen? Voor het slapen gaan nog wat zien spelen troost blijkbaar, zoals een verhaaltje aan het bed de grote wereld zachtjes dichtvouwt en weglegt.

Maar ik doe het bedverhaaltje onrecht aan. Iemand die, op je bed zittend, een verhaaltje vertelt voor je dan mag inslapen, is aanwezigheid boven de tijd uit, is vertrouwen dat je niet alleen bent in de nacht, is genegenheid om het bestaan zelf. Doet de televisie dat allemaal voor de miljoenen die nog willen kijken voor het slapen gaan? Ik hoop het.



3

De sneeuw die daarnet in de lucht zat, is gesmolten tot een waterige brij grijs. De dingen gebeuren onder onze ogen, een dans die nooit ophoudt te verbazen en te verwarren. Met de jaren wint de verbazing het van de verwarring, bij mij. Ook dat is beweging, misschien zelfs de mooiste dans die mij overkwam. Een melodie die nooit ver weg is, mij meeneemt, zoals muziek de wereld kan kleuren op een manier dat je denkt: het is goed.
Zo ligt R. op de palliatieve afdeling van het ziekenhuis, langzaam wegzinkend in zijn magerte, in zijn slaap. Laatst waren ook zijn scherpe ogen al ver weg. Hoewel hij mijn naam noemde toen hij eventjes wakker werd. Daar was ik blij om. Waarom weet ik niet. En toen de verpleegster zijn medicijnen wilde controleren, werd hij weer wakker en zei, starend in een verte die wij niet konden zien: wat gebeurt er toch met mij.