Salgado <vorig  verder>

Ik wil hier mijn liefde bekennen voor de Braziliaanse fotograaf Sebastiao Salgado, de man die sedert '73 zoveel duizenden naamlozen een gezicht gaf: werkmensen, hongerenden, vluchtelingen. En een foto is een gezicht, vangt in een moment dat overwonnen lijkt, dat wat anders verzuipt in de stroom leven die voorbij spoelt, en nu mag kijken, en een waardigheid en schoonheid mag krijgen die het misschien nooit eerder had.

Wereldberoemd werd Salgado met Workers, een monumentaal boek over werkmensen van over de hele wereld, waarin vooral de foto's van de openluchtgoudmijn Serra Pelada mij zijn bijgebleven, beslijkte mieren die met een zak op de rug trappen opklimmen en afdalen. Maar voordien had hij al een boek gemaakt over de armen van zijn continent, en een boek over de hongerenden in de Saheldroogte.

Enkele jaren geleden zag ik in de Botanique de tentoonstelling Migraties, een aangrijpend verhaal van mensen op de vlucht voor honger en dood, of anders gezegd op zoek naar een beter lot. Mensenmassa's, portretten van ernstige kinderen, pieta's uit Rwanda, achtergeblevenen die zelf een portretje in de hand houden, in de hoop dat iemand iemand herkent, moeders die hun kinderen slaap gunnen op hun lichaam, vaders die staren, treinen, graskanten, prikkeldraad, einders.

Een foto kan mij hevig ontroeren. Waar alles voorbijtrekt, een stroom die alles meeneemt en ons geen tijd gunt, kan ik nu langer kijken en de vragen horen die boven komen als een mens wat langer mag kijken. Een foto is een gat in de tijd, een blik in de diepte die in alles zit. Het zijn prachtige zwart-wit foto's die hij van zijn mensen maakt, Salgado, je merkt dat hij het oog heeft van de meester. Maar een meesteroog is niet genoeg om de diepte bloot te leggen, er moet meer zijn: een blik vol respect, een blik vol genegenheid. Het is de blik die ontstaat wanneer mensen beseffen dat ze het leven delen moeten, niet louter materieel, maar in de gegevenheid, als een geheim dat we samen bezitten en zich maar zal laten begrijpen als we het samen leggen.

Het is een woord dat Salgado zelf ook gebruikt, respect, en het zal ook wel met zijn eigen levensloop te maken hebben: als kind uit het landelijke Minas Girais verhuisd naar de stad, en toen de dictatuur kwam "verhuisd" naar Europa, met die vreemde identiteitsloosheid waarin mensen zich verplaatsen: vluchteling, immigrant, student, ontheemde, was hij dat allemaal of het ene meer dan het andere? Hij is ook niet teruggegaan, woont nu in Parijs.

Ik voel in zijn foto's die genegenheid die dieper gaat dan respect, die pas dan respect wordt. Ik voel een nieuwsgierigheid naar het verhaal dat hier verteld wordt, en de uitdaging om de foto dat verhaal te laten doen. Tegenover leed kun je afstand bewaren of dichterbij komen, schreef ik een paar weken geleden. Eén manier om dichter te komen, is luisteren naar het verhaal dat meegedragen wordt, en dat in zijn diepte het verhaal is van elke mens. De rug van de Afrikaanse vrouw buigt niet alleen voor de harde woestijnwind, maar ook voor het harde leven. En de foto is leeg omdat die rug, nu, het belangrijkste is op dit moment, het belangrijkste van de hele wereld.

Ik voel in zijn foto's woede over het onrecht, opstandigheid. Het is dezelfde bewogenheid die ook de naturalisten hadden: Buysse in zijn Het recht van de sterkste, Piet Van Aken in Klinkaart, Streuvels in langs de wegen. Ze namen geen stelling, want ze wilden niet moraliseren zoals Conscience bijvoorbeeld deed. Maar ze toonden wel, zo scherp als ze konden, zo dicht als ze konden.

Waar zijn vandaag de naturalisten? Diegenen die hun blik zacht willen maken en woedend, bij het zien van de duizenden die snakken naar iemand die hun verhaal wil vertellen, niet alleen de asielzoekers, maar de ontheemden in de rust- en verzorgingstehuizen, de verlorenen in hun flatje, alle slachtoffers van die steeds "dualer" wordende maatschappij die wachten op iemand die ziet, die luistert, die stem geeft, en een beeld…