Twee brieven <vorig  verder>

1

Lieve R, hoe bleek lag je daar in je ziekbed. In je handen op het laken zonk een bleek licht. Ik zag hoe breekbaar de botjes waren tussen het stevige dat je omringde: ijzeren bed, muren met dubbel glas, de torens van de stad Gent die daar al eeuwen rechtop stonden.
Ik ben versleten, zei je, en de moeheid die ik in je vingers zag, zag ik nu ook in je gezicht, een beweging als van zachtjes vallen. Je vroeg aan de verpleegster om je hoofdeinde neer te leggen, maar je greep mijn hand, ik mocht niet weggaan.
Je benen waren verlamd, nu ook je onderbuik, en de druk kwam tot in je borst. Ze hadden je al eens moeten beademen omdat je geen lucht meer had. Daarvan was je geschrokken, zei je, heel erg zelfs. Dat het leven zo kon slaan, dat was hard geweest. Met je lamme benen was je de revalidatie als een jonge kerel begonnen, maar weer in bed sloeg alles dicht, en nu wist je niet meer of je nog in jezelf kon en mocht geloven.
Maar in dat hoofd van je wiegt een heel leven, dat is nooit anders geweest, en ik keek hoe in jou verlangen vocht met spijt, met een soort ongeduld dat nooit oud was geworden. Je had vrede, zei je, je had je verzoend met God, en wachtte, of probeerde. Maar vijf minuten later droomde je luidop van een huisje waar je met een rolwagen door zou kunnen rijden, en van mensen die voor je zouden kunnen zorgen.
Lieve R, ik zag je leven wiegen, haperen in je lichaam en verder wiegen in je hoofd, en ik was dankbaar dat ik dat mocht zien.


2

Lieve J, wat had je daar te zoeken, Nederlander in het toch wel verre Frankrijk, hoewel, niet zo ver, wat is vijf uur rijden vandaag. Maar je was van plan om er te blijven, in die Franse Maasvallei, en wij wisten niet wat we ervan moesten denken. Het was een onooglijk dorpje, een vlekje van niks, twintig huizen waarvan twee derden leeg stonden, en een kerkje met mos begroeid. Wat kwam jij hier doen, jezelf begraven?
Maar je hebt goed gekozen. Het huis is stevig, met zijn armdikke muren, planken vloeren, met zijn ruimte. Een wonder na al die jaren leegstand. En het uitzicht is fabuleus: glooiende velden en bossen, als een decor in en over elkaar geschoven om het licht verstoppertje te laten spelen. En in de verte het grote Amerikaanse oorlogskerkhof, waar de witte kruisen als sneeuw op de helling liggen, reinheid voor een vuile ziel. We praatten erover, of er ook oorlogsmonumenten zijn die het leed en de tragiek blootleggen, en niet verbergen achter een heroïek die vandaag nog springlevend lijkt, zoveel patserige stenen zagen we die in hun monumentaliteit maar bleven herhalen: ik heb gewonnen, ik was de beste. Weerzin overviel ons in Montfaucon. Stilte overviel ons in Vauquois, een heuvel letterlijk uiteengescheurd door twee kampen oog in oog boven en onder de grond. Je kon de onderaardse gangen nog bezoeken, maar nu was er de leegte die meeluisterde, en waren er de vogels die maar blijven voortdoen, ramp of niet. Wij vertelden over de beelden van Käte Kollwitz in Vladslo. Die kende je niet. Het mislukte vredesmonument in Diskmuide kende je wel. En we gingen weer naar huis, waar de stilte 's nachts als lood tussen de huizen stolde.
Lieve J, je hebt voor de stilte gekozen, en de ruimte, en de glooiingen van aarde en lucht. En zo ben je ook, zachte man die van binnen glooit en kijkt en luistert. En je kunt je van op afstand ook nog opwinden over tante Trix, en over Balkenende, de man die praat alsof er een muntje in hem wordt gegooid. Even wat televisie, en dan weet je weer genoeg van het moederland, en kun je weer ruiken aan de koude, en aan de seizoenen, en de buizerds zien op de houten wegpalen, en wachten op het gele koolzaad, en de pomp herstellen en de dakgoot, en stil staan en ver kijken, alsof je dat altijd al had willen doen en het moest opsparen tot nu. Jij, visserszoon die je leven lang in het midden van Nederland heb gewoond, je hebt de zee hier gevonden, in de wind die over het land schuurt, in de grijze blauwte die in de ruimte glanst, in de golven van het landschap. Je hebt gelijk, de zee en de aarde en de lucht, ze lijken zo sterk op elkaar dat we al goed moeten kijken om ons niet te vergissen.
Lieve J, het was goed toeven bij je.
Tot nog eens.