![]() |
![]() |
||
|
Bloeiende Leegte Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
In Kader Abdollahs nieuwste roman, Portretten en een oude droom, gaat
de hoofdfiguur op reis naar Zuid-Afrika. Die hoofdfiguur is, als een
eerste portret, het portret van de schrijver zelf: Iraanse schrijver,
woonachtig in het regenachtige Nederland dat hem als vluchteling heeft
geaccepteerd en in wiens taal hij schrijft. Kader Abdollahs boeken zijn
altijd autobiografisch geweest: in De Adelaars beschrijft hij zijn aankomst,
in De reis van de lege flessen tast hij de gevoelswereld af van een
asielmens in dit vreemde, lage land. Zuid-Afrika is een openbaring. Het is alsof hij het vaderland terugziet:
de donkere tinten van de aarde en van de mensen, de warmte, de glans
van de zon. Waar is mijn thuis, denkt hij, en hij voelt zijn verlorenheid,
hij die wegging uit het land van zijn vaderen om wortel te schieten
in een andere taal. En nu is het oude land hem achterna gekomen. Alsof
het ook verloren was, en eenzaam. Over verlorenheid gaat het boek. De verteller wordt gevolgd door vijf
dode vrienden, die in zijn spoor meereizen. Eén van hen vertelt
trouwens het verhaal. Opgepakt door het Iraanse regime. Geëxecuteerd.
Die dode medereizigers geven het verhaal een vreemde poëtische
toon waar ik zeer van hou. Wie dood is, is niet dood, kan blijkbaar
nog heel intens leven. Verliefd worden. Een boerderijtje vinden dat
wel een oude droom lijkt. De zee zien en weer opnieuw verlangen. Het is ook een boek over dichterbij komen. Tegenover verdriet kun je
afstand bewaren of dichterbij komen. Mij fascineert hoe de blik van
de Iraans-Nederlandse schrijver warmte geeft, in tegenstelling tot de
zware ironie van veel hedendaagse kunstenaars. Ik heb me afgevraagd
hoe dat komt. Er zit een oneindige nieuwsgierigheid in naar de mens,
dat wezen dat verstoot en aantrekt. En er zit een oneindig verlangen
in om te begrijpen. Geen negatief a-priori tegenover de mens, alsof
we daar een mislukt geval hebben waar we het moeten mee doen, dom en
verraderlijk. Nee, een openheid om te luisteren die zich bevrijd heeft
van alle vormen van afweer, geleerd heeft dat je tegenover het leven
eigenlijk alleen maar vragen kan stellen. Misschien moet je het leven
wat in zijn veelvoud hebben gezien om dat te kunnen, misschien moet
het leven zelf pijn hebben gedaan. Die nieuwsgierige openheid doet me
denken aan fotografen als Carl Dekeyser, of Sebastiao Salgado. Er zit
in hun dichterbij komen niets van veroordelende afstand, integendeel,
iets van wat je bijna liefde voor de gefotografeerde zou kunnen noemen.
Niet banaal is de mens, is elke mens, maar oneindig fascinerend. Omdat ik ook die afstand wilde begrijpen, las ik Problemski Hotel van
Dimitri Verhulst, over een asielcentrum in ons land, en alle geschiedenissen
die daar samenstromen met hun torenhoge last. Geen deur is groot genoeg
om ze allemaal door te laten. Geen stilte kan genoeg zwijgen. Dan maar
een spot die pijn doet, grofheden en beschrijvingen die maar één
ding zeggen en niet zeggen: die pijn, die pijn
Slechts in één verhaal breekt de zachtheid helemaal door:
Geen enkel geluk ontslaat de mens van zijn verdriet. De verteller voelt
dat de minderjarige Lydia bij hem in bed kruipt. En dan: de gedachten
en gevoelens die zich laten horen, al die stemmen en lichamen en woningen
die hij al zolang meesleurt. Maar het verhaal eindigt in een stil zwijgen,
dat niet meer cynisch maar in stotterend verlangen gedeeld kan worden:
"Blijf. Blijf naast me liggen. Tot we de regen ruiken die het jarenlang
vertikte te vallen boven onze vermaledijde dorpen. Blijf. Liggen. Jouw
geslagen lijf tegen het mijne. Zodat ons lijf alsnog een lichaam wordt.
En we zullen zwijgen. Het is zwijgen dat we zullen. Maar samen. Blijf."
|
||
![]() |
![]() |