Drukte <vorig  verder>

Het was een warme namiddag, een dag werken zat er op, wij de auto in, de warme auto in, het geraas van de straten in, links en rechts, en boven en onder leek het wel, alsof hier iedereen elders moest zijn, en die van elders hier, terwijl het armzalige stof ook al dacht dat het moest opvliegen en blijven hangen in het licht. Mijn vrouw en ik, wij zaten in de auto als in een te hete schoen, en spraken niet meer van al het teveel dat op ons afkwam, en spraken uiteindelijk toch, op het zelfde moment, een zucht was het, misschien een happen naar adem, wie zal het zeggen, "hoe lastig de drukte toch kon zijn", zeiden we.

We reden de parking van het grootwarenhuis op en stapten uit en waren blij dat we weer grond onder onze voeten hadden. "Blij dat ik weer aan een normale snelheid beweeg", zei ik, en mijn vrouw knikte zoals ze knikt als ik iets belangrijks heb gezegd. Mijn vrouw gaat diep op de dingen in, en als ze zo knikt, heb ik de indruk dat ik ook wat diepte heb, een niet onaardig gevoel.

"De ziel gaat te voet", zegt een Chinees spreekwoord, en daar liepen we, met onze ziel onder onze arm, tussen auto's die flink wat geld hadden gekost, en andere die leefden van de krijg. Als je er begint op te letten is het op zo'n parking ook behoorlijk druk, maar we waren al blij dat onze voeten contact hadden, en bewogen, en dat de lucht boven ons hoofd groot en gespierd was.

Het warenhuis was een kleine terugval, een hangar van goedkope kleuren, nog goedkopere muziek, en producten die je met hun ogen volgden, maar we waren vlug weer buiten. Iets hadden we nodig, en dat hadden we, en we liepen weer op ooghoogte met elkaar te stappen en te babbelen, twee wondere bezigheden die een mens kunnen laven met bijna niets. Mijn vrouw zei iets, en ik zei iets, twee mensen die naar elkaar wilden luisteren, en hoewel het wat geklets was over de voorbije voormiddag, was het toch rustgevend, alsof we de wereld een plaatsje hadden gegeven om wat te gaan liggen rusten.

En we stapten naar onze auto op die stevige grond van ons, een nogal grote bol als je er zo je voet op zet, en onze stappen waren klein en stevig, een beetje zoals we zelf wilden zijn, een kleine stevige rimpeling die door het grote water van de wereld trekt, en wie het ziet, ziet iets moois, en wie het niet gezien heeft, die heeft iets gemist.

Dat was onze ziel die zo dacht, glimmend van binnen, zoals ze dat geleerd heeft de voorbije jaren, dankbaar om al die kleinigheden die bij nader inzien aloude grootheden blijken te zijn: de stevige stap die een mens mag zetten, iemand naast je die luistert en knikt, ruisende stilte als de geluiden even willen ophouden, een strak opgespannen hemel, mooie schaduwen naast en in een mooi licht van wat eigenlijk, ondanks alles, toch een aardige dag was.

Zo kwamen we thuis, en buurvrouw, tenger en gespannen, vertelde dat haar zoontje hoge koorts had, en dat ze geen opvang hadden en haar werk niet zo blij was met al dat sociaal verlof. Toen ze zweeg, leek ze plots veel meer moe, en we beseften nog maar 'ns dat drukte niet alleen met geluid en stof en warmte te maken heeft, maar ook met koorts van een verzwakt kind, en het organiseren van een dag die niet op zich laat wachten, begint te lopen zodra je er aan komt.

Maar ze had het eens kunnen zeggen, zo'n kleine grootheid, en mijn vrouw had geluisterd en geknikt, nog zo'n onbetaalbaarheid. En misschien had ze nog wat goede raad, mijn vrouw, zo'n klein wondertje van efficiëntie, ik hoorde haar toch iets zeggen van vitaminen geven. En terwijl ik de arme auto in zijn hok reed, knikte ik, want mijn vrouw is genetisch in elkaar gezet om efficiënt te zijn, en dat is voor zo'n heen- en weerloper als ik een dagelijkse zegen geleken. Terwijl ik de garagepoort sloot, bleef ik nog even nagenieten van wat ik zag. Zo'n dag is druk ja, zenuwpees en slokop en stormram van een dag, maar als we onze vinger op een klein moment kunnen leggen, als we even kunnen stilvallen, dan komt het wel goed.