Beetjes

(wensen voor een nieuw jaar)

<vorig  verder>

Van kleine beetjes leeft het jaar. Van appels, en het sap dat door de wereld is gestroomd, loopt nu door je mond. Van voetstappen: telkens iets wegbrengen, telkens iets terughalen, er zit in die voeten een goedheid die heel oud is, die de wereld in zijn vorm heeft gelopen.
Van beetjes zon leeft het jaar. Accordeon van zon.
Van regen. Kleine waaiers regen. Viool van regen
.

Van beetjes licht leeft het jaar. Druppels onderaan de takken. Ogen die schijnen op een manier die je nooit zult begrijpen. Alsof er een sluis is opengezet en je ziet de schepping glanzen. Ogen zijn een vraag, zou Levinas zeggen: Dood mij niet. Of: Heb mij lief. Of: Ik wil meebewegen in de beweging. Of: Dit is het eerste licht dat ooit was. En als de druppel valt, groeit uit de grond een steel met bloem, zo simpel kan dat zijn.

Van kleine beetjes leeft het jaar. Van beetjes adem als je ziek bent. Van beetjes drinken als je dood gaat. Van beetjes stilte als de bommen vallen. Er is waanzin in de wereld. Laat ze inslapen in beveiligde bedden, sussen in handgeklap en roemers wijn, laat ze zichzelf vergeten.

Laat het kind ondertussen schoolgaan, twee beetjes kunnen samen gebeuren, er is plaats genoeg. Laat het kind zijn schooljaar afmaken. Laat dit kind in leven blijven. Er zijn moeders die het wensen. Er zijn vaders die grijs worden als ze er aan denken. Er zijn voetstappen die het kind dragen. Er zijn handen die al hebben leren schrijven. Dit kind is het eerste kind van de schepping. Het zou zonde zijn als het stierf.

Van kleine wensen leeft het jaar. Deze kleine woorden wensen. Elke oogopslag is een wens. Kunnen we meer doen dan wensen? Dat wensen in ons is zo oud, iemand heeft het al heel vroeg in ons gelegd en het gaat in en uit als ademen en kijken. Het strekt onze handen, het draagt onze voeten.

Van kleine beetjes leeft het jaar. Kleine beetjes mysterie, versneden om niet te vermorzelen, aangelengd om warm te houden, de drank van een ongrijpbare wereld die in ons vloeit en ons vervult, al zijn er geen woorden voor, enkel oude gebaren en bewegingen. Kleine beetjes mysterie, die ons aankleden tegen de grote kou, die ons sussen als we bang worden of willen inslapen, zoals ook de grote waanzin gesust moet worden. Kleine beetjes mysterie, omdat niet alles het begin en einde heeft van een probleem, de optelsom die wiskunde zo overzichtelijk maakt. Kleine beetjes mysterie, die ons omringen als vader en moeder, die bij ons blijven als geliefde, die onze eenzaamheid verdrijven als zon en regen, als licht en kleur. Die in al hun ongrijpbaarheid toch nog grijpbaar genoeg zijn om een moment te vullen, een woord, een blik, een wens.

Grote aanwezigheid, verwees ons niet. Koester ons. Leer ons u te koesteren. Niet met het grote gebaar dat we niet hebben, niet met oorlog, hoe heilig ook, maar met het kleine beetje, dat we leren krijgen, dat we leren doorgeven. Wij, kleine beetjes mensen.