![]() |
![]() |
||
|
Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
De wereld, aangeklede leegte.
Ik weet niet wat ze haar gegeven hebben, daar in dat ziekenhuis, maar ze is weer een en al redelijkheid, al is ze zo moe als een hond.
Wat doe je, vraag ik, als ik de kamer binnenkom. Ze ligt in bed, toegedekt, hoewel de kamer doorschoten is van warmte. Ik verveel me, zegt ze, ik verveel me.
Ik til haar uit bed, onder het keurend oog van buurvrouw. Moeten we niet helpen, zegt haar dochter. Neenee, zegt haar moeder, meneer kan dat, ik heb dat al gezien. Hij heeft er handigheid van.
Dan zit ik stil op bed naast mijn moeder. Ze ademt zwaar. Haar ogen zijn half gesloten, net of ze elk ogenblik in slaap zal vallen. Soms opent ze ze volledig terwijl ze het hoofd opricht, dan is het alsof ze opnieuw geboren wordt.
't Is jammer dat je thuis niet bij je volk kunt zitten, zegt ze.
Ik vul mijn gedachten niet, zegt ze.
't Is aangenaam om bij jou te zitten, zegt ze.
Daartussen is het telkens stil. Haar hand met die voorhistorische huid in plooien frunnikt aan haar kleed. De rollen zijn omgedraaid. Ik kijk naar haar zoals een moeder naar haar kind. Wil ze iets zeggen, dan buig ik me naar haar toe. Wil ze recht zitten, dan schik ik een kussen achter haar rug. Wil ze drinken, dan geef ik haar het versgeperste sinaasappelsap waar ze zo dol op is. Daarna veeg ik de druppels van haar kin. Soms ben ik eerder dan de druppels. Dit is kijken van een dichtheid die ik nog niet vaak eerder heb ervaren, zeker niet met mijn moeder. Haar huid glanst. Haar oogleden zijn vliesdun geworden.
Me dunkt dat je me zo aankijkt, zegt ze plots. Ik grinnik. Wat moet
ik daarop zeggen. Wat ik daarnet heb bedacht? Dat ze haar scherpte tegenover
de wereld nog niet kwijt is? Moeder ziet het al, zei mijn vader vroeger.
Dat ik haar zal opschrijven straks?
Je bent een sukkelaar als je niets meer kunt doen, zegt ze. Dan laat ik haar alleen. |
||
![]() |
![]() |