![]() |
![]() |
||
|
Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
's Morgens opgebeld door het ziekenhuis. Vannacht heeft mijn moeder twee zware maagbloedingen gedaan. We haasten ons er naartoe. Ze ligt apart, haar hoofd dat van een ander: dikke lippen aan de rechterkant, dikke tong, bloed aan neus en mond, een vale kleur, gezwollen wang. Haar armen liggen met de sonde vastgebonden aan de rand van het bed. Het zijn holle armen geworden.
Ik zeg: hoe is 't? Ze zegt: als het een beetje gaat. De woorden komen misvormd uit haar mond.
Als de hoofdverpleger langs komt en haar naam noemt, zegt ze: ik ben blij dat we al zo ver zijn.
's Avonds gaan de kinderen mee. Ze ligt op haar zij, met dat gezwollen
hoofd en die vale kleur, haar handen in riemen aan de rand van het bed
vastgemaakt om de sonde niet uit te trekken. Ze is helder, groet de
kinderen, zegt als ik vraag hoe ze zich voelt: onkruid vergaat niet. We maken de riemen los, met een zorgzame verpleegster wentelen we haar
op haar rug zodat ze even kan uitblazen. De jongens hadden veel werk voor de school en wilden toen ze vertrokken vlug terugkeren. Maar ik ben blij dat ze de ernst van de situatie inzien en spontaan bij hun oma blijven, bezorgd, ongerust. Wat groeit bij wat sterven gaat. Ze zijn niet alleen op de wereld. Nu horen ze bij de mensheid, bij vroeger, bij wat geweest is. Ik ben blij dat ze het mysterie zien van het leven dat ook de dood is. |
||
![]() |
![]() |