![]() |
![]() |
||
|
Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Ken ik een God? Ik ken de God van Nescio, die ons stilletjes laat trillen van glaasjes licht en genoeglijke warmte en een rit met de trein langs een zondagmiddag, een vriend naast je knieën die iets zegt waar je hard aan moet denken. Zulke vrienden zijn zeldzaam. En de slootjes die nog overblijven van de vooruitgang en de meisjes die willen lachen en stilstaan en het gesuis van wielen en de vele stemmen van mensen die leven en dat leven telkens weer oppakken en voorzichtig elders neerzetten, doelloos, maar zacht. De doorzichtige God van Nescio, die vandaag de kerselaar heeft aangekleed in roze tule, nog erotischer dan vorig jaar, toen het licht er helemaal opgewonden van werd. (Maar als je er te lang naar keek, dan lachten de heren van de schepping en lieten je met een klein tikje achter. Je pleegde geen aanslagen en ging niet dwars over de weg liggen en kende de dochter van de minister niet.) Hoeveel doorzichtigheid zit in de mezen in de beukenhaag, trillend als vlammetjes, in ogen, in een heldere zin? Zoals de regen valt. Zoals jij stil kunt zijn. Zoals Bachs contrapunt. Zoals de lucht, 's morgens vroeg. Zoals alles, als je maar tijd had om er bij te zijn. Er bij en te weten. De noodzakelijke God van Nescio, als de avond valt en alles ophoudt. Aan de deur van het Grote Café zit de Indische man en denkt aan zijn dochtertje, aan de tafels zitten mannen en vrouwen, en de ruimte wiegt van hun stemmen en hun warmte, en je zou iemand willen aanspreken, en je zou iemand willen meenemen, en je vriend wordt dronken en onaangenaam. Er is een moeheid die je wijsmaakt dat alles gedaan is, verder willen zinloos is. Lachende mensen lopen door de straten met overschot, met rente, met een plan. Er zijn er die mooi afgerond zijn en nergens tegenaan rollen. Er zijn er die voldoende rollen kunnen. Maar in de huizen heeft men kanker, ligt men wakker, droomt men van de noodzakelijkheid dat alles zand is dat door de vingers loopt, water om in te verdrinken, tijd om in te wachten. Hoeveel tijd blijft er over dan? Aandacht is denken aan. Wat kunnen we meer doen? De blik die vorm gaf, proberen terug te vinden. De doorzichtige, noodzakelijke blik. |
||
![]() |
![]() |