Veilig dier <vorig  verder>
Een vrouw is te groot voor een man,
Maar ook te klein. Hij proeft haar,
Hij drinkt haar tot hij dronken wordt.
Maar dronken wordt hij niet als het niet hoeft.


Ze staat te verlangen in haar smal gezicht.
Hij kijkt. Ze heeft het al verborgen dan.
Ze weet dat hij niet graag wil talmen.
Ze weet dat tijd hem irriteren kan.


Het liefst heeft hij het dier in haar
De vacht, de lange klauwen, het haar dat geurt.
Hij legt zijn hoofd dan open, waar


Haar armen hem nemen. Zo
Moet de aarde zijn, als dit veilig dier
Dat zwijgt en kleurt.