Aan zee <vorig  verder>
Zo zwijgen en ik moet naar je kijken.
Je wil van mij bewegen, dat ik
Je de zee en al wat zij nog heeft
Aan zal reiken, de witte plekken
Na de regen, de meeuwen als ze vallen
En blijven leven.

Maar wat wil ik aan je geven,
Opstaan en weggaan en je nooit meer
Vergeten, of dit blijven tesamen
Alsof alles wacht om
Woordloos te genezen?

Maar wat wil ik aan je geven,
Zoveel licht dat je weer
Mag huiveren, en als de golven breken,
Leeglopen en zich daar hernemen,
Weet ik dat ze, hoe luid ook,
Komen zouden, ook als ik het niet verzin,
Ook als je dicht gaat, je hand,
Je schouders, je ogen
Met dit leven verlegen.