![]() |
![]() |
||
|
Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Ik heb hem in mijn ogen En mijn handen, een man van Dunne lucht. Als ik wegga Heeft hij zich niet bewogen. Hij kijkt maar. Hij ziet mij aan De deuren wachten, ademloos, Zijn vingers zo slank en bleek En dood. Niemand anders ziet mij staan. Als ik wil luisteren, mijn hoofd Opzij, het zwart al in de bladeren, Stelt hij zijn vragen. En nog luider, Als de lichten zijn gedoofd. Dan voel ik aan zijn slapen, Dan omknel ik zijn mond. Iets moet hem bedaren. Iets toch. Een voetstap. Koude. Grond. 2 Ooit mocht ik hem niet kennen. Hij liep Door de muren met de koude lucht Tot het vocht zijn hoofd gevangen hield. Op de takken. Op de ruiten. Voor hij sliep. Zo bleef hij jaren zwijgen. Ik zei niet: Zeg mij of op zolder een kamer is, Zeg mij waar zij wacht. Maar ik zei niets. Toen nam ik de trein en bleef maar rijden. En van de kamer die de mijne was Werd ik ziek: ik zag de ruiten door alles Snijden, het was zijn hand, ik wist het niet. Hoe verlamd zijn koude vuist tegen mijn wang. Haar ogen waar ik tegenaan moest praten. Wie ben je, vroeg ik. Hij zei niets, werd jaren Ouder, lijdzaam, als dit behang. 3 Elke keer als ik wil zitten, licht als Licht dat in kamers blijft, Komt hij naar me toe gelopen En drukt mijn ogen langzaam dicht. Hoe kan ik me vermommen, hoe kan ik Hem vermijden, ernstige jonker, droevig Gewicht? Ik leg hem in de tuin, de magere, In struiken bleek en donker, Hun stammen vluchten niet, Alleen onwil houdt hen vast. Maar al die knoppen staren. Of hoop ik op een hoge storm Die aan het huis voorbij kan En hem met onverstand en al vergeet, Vergeet over het land te dragen? Of ben je al verdreven vanzelf, oude vorm? 4 Soms weet ik dat hij dood gaat. Als ze bij elkaar staan en drinken. Zuiltjes van vergeving, overgewicht. Kleuren en de monden die bewegen. Als de nacht in de stad is, zo ongemerkt Dat het moet regenen. De huizen aan het eind. De grachten. Dan is hij een lichaam nog En een overjas. Dan moet hij glimlachen Naar wat hem raakt. Woordenrest. Straten die er Meer hebben gezien Dan hij die is gebleven, Dan die daar staat. |
||
![]() |
![]() |