![]() |
![]() |
||
|
Een Soort Stilte Kamermuziek Het Ongenoemde Insula Dei Kom nog 'ns... (verhaal) Krullen (verhaal) Contact |
Geschiedenis begrijp ik als hij thuiskomt Op zijn lippen bijt zijn ogen overal elders achter Gelaten zijn stem die niet wil klagen zijn mond. Overal elders haalt men nieuwe huizen af Boodschappen zorgvuldig weggeborgen eet En drinkt men voor de laatste keer En hij weet het. Er is een wereld die de schijn ophoudt En misschien hebben wij hem voorgelogen Ook in zijn slaap hem verborgen gehouden Met de machtige armen van een gebaar Hem omhooggestoken naar het schone het ware Het goede. O we zijn goed voor hem geweest. We hebben hem geschapen als goden En niet omgekeken en alles vergeten. 2 Als we op reis gaan tonen we hem een kei. Kijk, zeggen we, een kei aan het strand. De hele oceaan stort zich over hem. Alle lucht sluit hem op. Kijk, zeggen we, hoe hij glanst Hoe hij zwijgt ons aankijkt Volmaakt gesloten Zacht in de hand Koel tegen de wang Ondoordringbaar gaaf Nog niet verloren. 3 Zijn gezicht nog bleek van binnen. Soms slaat hij handen voor de oren Zingt en breekt zijn stem zo luid. Soms wacht hij bij de deur die een muur is. Als hij groeit kraken zijn schouders. Als hij vliegt houdt hij zijn vingers schuin. Vogel van armen en kleur, Zien ze hem voorgoed? Als hij slaapt smelt hij, zoverweg Verdwaalt hij dat hij niet meer ademt Niet meet hoort ademen van wie Zich over hem buigt hem aanraakt De huid die blootligt niet meer Vreest en daarom rust Wie nu kijkt ziet meer dan Wat hem ooit verborgen werd Maar in het daglicht zijn gezicht zo Bleek soms ziet men hoe het later Hard zal worden soms als hij zwijgt Hoe hij het ooit verliezen moet. |
||
![]() |
![]() |