Wiegen <vorig  verder>
Zo kwam ik thuis. Het licht
Stond hoog, aan alle deuren
Lag warmte. Ik zocht mijn vader.
Rondom ons bleef het stil.


Hij zat tegen het stro van de schuur,
Zei niets toen ik naast hem ging zitten.
We keken hoe de wind aan het koren
Voelde, en aan de wilgen.


Wat zal ik nu weer zeggen,
Dacht ik, maar hij sprak zelf.
Kijk, wees hij, hoe die twee takken
Samen wiegen en elkaar nooit raken.