Van de aanraking <vorig  verder>
Een kind dat wordt aangeraakt
Blijft het altijd. Zij die moeders
Zijn, ze weten niet wat ze doen,
Ze hebben een huid om zijn huid geschapen.


Van zenuwen. En van hun zware blik
Die elke vrouw het recht geeft
Om te kijken. Van hen geneest hij niet.
Zij moeten hem bewaren.


Alsof zij elke keer de man herschiepen,
In jongens, in pas gebade wangen,
In het nog natte haar dat ze tweemaal kammen,
Een keer voor hem, een keer voor haar.