Duiven hebben de stem van mijn zoon,
altijd plots, als zijn eerste geroep,
en vragend wanneer hij zonder woorden spreekt
en ik de lucht door zijn ogen zie.
Of luistert hij wel? Twist hij niet
uitvoerig met de stilte, middagenover,
buitelen in zijn blik niet de dingen,
even volkomen en geprezen?
En dan zingt zijn moeder weemoedig lang,
en dan wordt hij roerloos diertje,
koel water op de lippen, handjes vol verlegen ruimte,
of hoe zie je klanken als je klein bent?
Een zoon hebben verzilvert het hart,
je hebt de groei gelaat gegeven, een naam
om rechtop mee te lopen, de wereld groot,
een zoon hebben vervult de eeuwigheid.
|