Schaamte <vorig  verder>
9

Wat men ook mag zeggen van de honger,
hij is een trouwe, een toegewijde.
Als de kogels op zijn, de beul slaapt
of het verdrag in werking treedt,
knabbelt de honger verder,
bescheiden verder tot
de uiteindelijke overwinning hem toch
voldoening schenken zal.
Niet tevreden is hij met voedselbonnen
en rijen wachtenden, niet tevreden
met papieren schoenen en soep van kool,
niet tevreden met twee vingers water.
Nee, gaan liggen moeten ze
met uitgeregende wangen en benen,
gaan liggen en dankbaar doodgaan.



17

Ze zeggen:
je bent nergens.
Ze schrijven.
Ze zwijgen.

Maar mijn hand tast naar je mond,
ik blijf staan en kijk om op straat.

Als ik eet hoor ik je binnenkomen.
Als ik spreek wacht ik tot je antwoordt.


Het huis kraakt waar je gelopen hebt.
Als ik wil slapen zweet de nacht je naam.


Je bent nergens. Maar
zelfs een blad kan men zien vallen
zelfs een steen laat zich herkennen


Ik leef verschrikkelijk van jou.