Er is een tijd voor elk leven <vorig  verder>
Voor het asiel staan de vermoeiden
in hun typische lange jassen
en hun blik van onvergelijkbaar wee
-het ga u goed, het ga u goed -
al legt men uw schouders op het hakblok
en gaan alle straten onhoorbaar
langszij.

En zachtmoedigen, die het lichtste beven
in de stem meenemen, waar is uw tijdskristal,
men buigt zich over u, niet
als wijn over een glas,
als over een te gele foto
van uitdovend licht.

Te midden van de mensen geeft een gevoel
als in een lift, of stemmen
uit een te groot station.
Daarom, kudde zal men u noemen,
ik weet het wel, in de wedloop
zijt gij geknielde dieren, gebruikt
en nooit genoeg vernield.